ECLI:NL:PHR:2003:AJ3207
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling matiging wettelijke verhoging bij uitkering niet-genoten vakantiedagen
In deze zaak vorderde eiser betaling van wettelijke verhoging en rente over de uitkering van loon voor niet-genoten vakantiedagen. De Kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst was ontbonden en dat verweerder de uitkering grotendeels had voldaan, maar matigde de wettelijke verhoging tot nihil omdat het een eindafrekening betrof.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen deze matiging, stellende dat de Kantonrechter onjuist had gemotiveerd en ten onrechte de discretionaire bevoegdheid had beperkt. De Hoge Raad overwoog dat het cassatiemiddel uitsluitend motiveringsklachten bevatte en dat op grond van art. 80 RO Pro (oud art. 100 RO Pro) geen klacht over schending van het recht kan worden toegelaten.
Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak bevestigt dat de rechter discretionaire bevoegdheid heeft tot matiging van wettelijke verhogingen, maar dat motiveringsklachten in cassatie beperkt zijn en niet kunnen leiden tot vernietiging van het vonnis.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens uitsluitend motiveringsklachten over de matiging van de wettelijke verhoging.