ECLI:NL:HR:2003:AJ3207
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onjuiste rechtsopvatting over matiging wettelijke verhoging vakantiedagen
Eiser vorderde betaling van de wettelijke verhoging conform artikel 7:625 BW Pro over de uitkering in geld van 12 niet-genoten vakantiedagen. De kantonrechter wees deze vordering af en matigde de wettelijke verhoging tot nihil omdat het een eindafrekening betrof.
Eiser stelde in cassatie dat de kantonrechter onjuist had geoordeeld door niet uit te gaan van de billijkheidscorrectie zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro, en dat het uitbetalen van vakantiedagen altijd een eindafrekening is. De Hoge Raad overwoog dat tegen het vonnis van de kantonrechter geen hoger beroep openstond en dat in cassatie alleen rechtsklachten kunnen worden ingebracht.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel in wezen een motiveringsklacht bevatte en een onjuiste rechtsopvatting over de discretionaire bevoegdheid tot matiging. Daarom werd eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep en veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens onjuiste rechtsopvatting over matiging wettelijke verhoging vakantiedagen.