ECLI:NL:PHR:2003:AL6209
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van medeplegen bij openlijke geweldpleging met eieren tegen ambassade
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging en vernieling wegens het gooien van eieren tegen de Amerikaanse ambassade. Het hof had geoordeeld dat verdachte medepleger was omdat hij zich niet had gedistantieerd van de groep die geweld pleegde en dat zijn aanwezigheid als een wezenlijke bijdrage kon worden beschouwd.
De Hoge Raad overweegt dat het begrip 'in vereniging' in art. 141 Sr Pro vereist dat verdachte een significante, concrete en zichtbare bijdrage levert aan het gepleegde geweld. Enkel aanwezig zijn in een groep die openlijk geweld pleegt, zonder meer, is onvoldoende voor medeplegen. De wetswijziging van art. 141 Sr Pro beoogt weliswaar een verruiming van medeplegen, maar vereist opzet en een wezenlijke bijdrage.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte verdachte als medepleger heeft aangemerkt op basis van louter aanwezigheid en het niet distantiëren van het geweld. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde berechting. Andere middelen worden verworpen. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige toetsing van de bijdrage aan openlijke geweldpleging en de grenzen van strafbaarheid voor deelnemers aan demonstraties.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens onjuiste uitleg van 'in vereniging'; zaak verwezen voor hernieuwde berechting.