ECLI:NL:PHR:2003:AL6819
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen poging tot afpersing ondanks proeftijdverlenging
Op 17 juni 2001 werd verdachte samen met zijn broer betrokken bij een poging tot afpersing waarbij het slachtoffer werd gedwongen geld te pinnen onder geweld en bedreiging. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, maar veroordeelde hem subsidiair tot vijf maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot afpersing. Tevens werd de proeftijd verlengd.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. Hij voerde aan dat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat hij betrokken was bij de kernmomenten van de poging tot afpersing, zoals het opschrijven van de pincode en het pogen geld te pinnen, en dat zijn rol beperkt was tot toekijken.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte actief deelnam aan het geweld en de dwang, onder meer door het slachtoffer te sleuren, te slaan en te weten dat er gepind zou worden. Daarmee was sprake van medeplegen. Het cassatiemiddel faalde en werd verworpen. Tevens vernietigde de Hoge Raad het deel van het vonnis waarin de proeftijd werd verlengd, vanwege onherroepelijke tenuitvoerlegging in een samenhangende zaak.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt medeplegen poging tot afpersing; proeftijdverlenging wordt vernietigd.