ECLI:NL:PHR:2003:AL7043
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over rechtmatigheid en formele rechtskracht voorkeursrecht gemeenten
De zaak betreft een geschil tussen Sotel B.V. en de gemeente Bergen op Zoom over de vestiging van een voorkeursrecht op onroerende zaken die Sotel had gekocht van de Rabobank. De gemeente had op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een voorkeursrecht gevestigd, waardoor de Rabobank de zaken niet aan Sotel kon leveren. De Rabobank maakte bezwaar tegen het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht en de bestuursrechter vernietigde de beslissing op bezwaar, waarna de gemeente een nieuwe beslissing nam die het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
Sotel stelde dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door het voorkeursrecht ondanks de uitspraak van de bestuursrechter in stand te houden en door het besluit op bezwaar te vertragen. Ook voerde Sotel aan dat de formele rechtskracht van het besluit niet jegens haar kon worden ingeroepen omdat zij geen belanghebbende was in de bestuursrechtelijke procedure. De Hoge Raad oordeelde dat de formele rechtskracht van bestuursrechtelijke besluiten alleen geldt jegens degenen die de bestuursrechtelijke procedure hebben doorlopen of hadden kunnen doorlopen, en niet jegens derden zoals Sotel.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat de bestuursrechter geen oordeel geeft over de onrechtmatigheid van het primaire besluit, maar slechts over de rechtmatigheid van het besluit op bezwaar. De gemeente had volgens het hof niet onrechtmatig gehandeld door het bezwaar van de Rabobank pas na ruim een jaar te behandelen, mede omdat de Rabobank daarmee instemde in het kader van onderhandelingen. De vordering van Sotel tot vernietiging van het voorkeursrecht werd afgewezen, en het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Sotel wordt verworpen en het voorkeursrecht blijft gehandhaafd.