ECLI:NL:PHR:2003:AL7053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Berekening schadevergoeding na onrechtmatige huiszoeking en inbeslagneming door Staat
De zaak betreft een civiel cassatieberoep van eiser tegen de Staat der Nederlanden, waarin eiser vergoeding vordert voor materiële en immateriële schade door onrechtmatig handelen van politie en justitie bij een gerechtelijk vooronderzoek naar oplichting.
De procedure startte na huiszoeking en inbeslagneming van de bedrijfsadministratie van eisers makelaarskantoor in 1984, gevolgd door een langdurig strafrechtelijk onderzoek dat uiteindelijk niet tot vervolging leidde. Eiser stelde diverse verwijten aan het adres van politie en justitie, waaronder onzorgvuldige voorbereiding, onrechtmatige inbeslagneming, vertraging in het proces, en onrechtmatige publiciteit.
Het hof had eerder geoordeeld dat de Staat onrechtmatig had gehandeld en een schadevergoeding toekende, maar stelde de omvang van de materiële schade deels open. De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de juridische kaders voor aansprakelijkheid, bewijs, en schadevaststelling, waaronder de vergelijking van eisers omzet met een referentiegroep en de toerekening van reputatieschade.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom schade wegens te lang vasthouden van administratie niet werd toegewezen, en dat de schadevaststelling deels onjuist is. Ook wordt geoordeeld dat immateriële schadevergoeding slechts toewijsbaar is bij ernstige aantasting van de persoon, wat nader moet worden onderzocht. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nadere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van schade en immateriële schadevergoeding.