ECLI:NL:PHR:2003:AL7077
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij schuldenaar
De schuldenaar, verbonden aan een groep ondernemingen in financiële moeilijkheden, had zich in privé borg gesteld voor een grote lening en was betrokken bij diverse faillissementen binnen zijn concern. Na executoriale verkoop van bedrijfsinventaris probeerde hij een doorstart te maken en sloot hij een geldlening af voor een auto.
De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af op grond van artikel 288 lid 2 sub b Faillissementswet Pro, omdat de schuldenaar niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het aangaan van nieuwe schulden. Het hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep, met name gericht op de lening voor de auto.
De schuldenaar stelde dat de financiële problemen veroorzaakt werden door derden en dat hij hoopte op gunstige uitkomsten van lopende procedures. Dit werd door het hof niet als voldoende gegrond beschouwd, mede omdat de schuldenaar al gewaarschuwd was door eerdere bankmaatregelen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de feiten en omstandigheden voldoende heeft gemotiveerd en dat het oordeel over het niet te goeder trouw zijn niet onbegrijpelijk is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat toelating tot de regeling per geval wordt beoordeeld.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de afwijzing van de schuldsaneringsregeling definitief is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de afwijzing van de schuldsaneringsregeling wordt bevestigd.