ECLI:NL:PHR:2003:AL8115
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling domiciliekeuze en betekening in echtscheidingsprocedure
In deze zaak staat centraal of de domiciliekeuze van de vrouw in een procedure voor voorlopige voorzieningen ook geldt voor de echtscheidingsprocedure en of de betekening van het verzoekschrift tot echtscheiding rechtsgeldig is verlopen.
De vrouw had in de voorlopige voorzieningenprocedure domicilie gekozen ten kantore van haar advocaat, maar niet in de echtscheidingsprocedure. De man had het verzoekschrift tot echtscheiding betekend aan het kantoor van de advocaat, maar niet aan de vrouw zelf of haar feitelijke verblijfplaats. De rechtbank verklaarde het verzoek van de man niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een geldige domiciliekeuze. Het hof bekrachtigde dit oordeel en oordeelde dat de domiciliekeuze in de voorlopige voorzieningenprocedure niet kan worden benut in de echtscheidingsprocedure.
De Hoge Raad bevestigt dat het procesrecht van toepassing is dat voorschrijft dat betekening in de echtscheidingsprocedure moet geschieden aan de gekozen woonplaats in die procedure. De domiciliekeuze in een andere procedure is niet toereikend. Tevens stelt de Hoge Raad dat bij een ongeldige betekening de eiser de mogelijkheid moet krijgen het gebrek te herstellen, tenzij aannemelijk is dat de gedaagde het exploot niet heeft ontvangen.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht oordeelde dat de man het verzoekschrift niet rechtsgeldig heeft betekend en dat het hof de beschikking van de rechtbank niet had mogen bekrachtigen zonder herstelmogelijkheid te bieden. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De beschikking van het hof wordt vernietigd vanwege onjuiste toepassing van domiciliekeuze en betekening, met verwijzing voor verdere behandeling.