ECLI:NL:HR:2003:AL8115
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek echtscheiding wegens ongeldige betekening onterecht
De man verzocht bij de rechtbank echtscheiding en exclusief gebruik van de echtelijke woning voor zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Het verzoekschrift werd betekend aan de advocaat van de vrouw, maar de vrouw diende geen verweerschrift in. De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk omdat niet was gebleken dat de vrouw domicilie had gekozen bij die advocaat voor de echtscheidingsprocedure. Het hof bekrachtigde deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat de echtscheidingsprocedure en de voorlopige voorzieningenprocedure als afzonderlijke procedures moeten worden gezien, zodat domiciliekeuze in de ene procedure niet automatisch geldt voor de andere. Verder stelde de Hoge Raad vast dat de rechtbank de man niet zonder meer niet-ontvankelijk had mogen verklaren, maar hem eerst in de gelegenheid had moeten stellen het gebrek in de betekening te herstellen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. De vrouw was in cassatie niet verschenen en de conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot vernietiging en verwijzing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.