ECLI:NL:PHR:2003:AL8207
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late betekening verklaring
De Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling stelde cassatie in tegen een vonnis van de rechtbank Groningen dat een bezwaar van de wederpartij gegrond verklaarde. De commissie bracht een verklaring van cassatie ter griffie uit, maar betekende deze pas op de vijftiende dag aan de wederpartij, terwijl de wet een termijn van veertien dagen voorschrijft.
De wederpartij voerde aan dat hierdoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. De commissie stelde dat de termijn van veertien dagen pas zou lopen na afloop van de dertig dagen termijn voor het instellen van cassatie, waardoor de betekening tijdig zou zijn. De Hoge Raad onderzocht de parlementaire geschiedenis en de tekst van de Landinrichtingswet en concludeerde dat de termijn voor betekening van de verklaring direct vanaf de dag van afgifte loopt.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie die bevestigt dat een te late betekening leidt tot niet-ontvankelijkheid. De commissie voerde geen andere geldige argumenten aan. Daarom werd geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is en het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betekening van de verklaring.