ECLI:NL:PHR:2003:AL8427
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onrechtmatige daad en gerechtvaardigd vertrouwen bij bouwvergunning en bestemmingsplanwijziging
Deze zaak betreft een geschil tussen drie tuinders en de gemeente Asten over de voorgenomen bouw van glastuinbouwbedrijven met een oppervlakte van 2 hectare, in strijd met het geldende bestemmingsplan. Eisers stelden dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door hen onjuiste informatie te verstrekken, waardoor zij investeringen deden in de veronderstelling dat zij zonder meer kassen van 2 ha konden bouwen.
De gemeente had het bestemmingsplan gewijzigd en bouwvergunningen verleend, maar deze besluiten werden later vernietigd door de bestuursrechter. Eisers waren al begonnen met bouwactiviteiten voordat de vergunningen onherroepelijk waren geworden. De rechtbank oordeelde dat zij dit risico zelf droegen, tenzij de gemeente gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt dat bezwaar of beroep niet tot vernietiging zou leiden.
Het hof stelde vast dat de gemeente geen dergelijk vertrouwen had gewekt en wees de vorderingen van eisers af. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de waardering van bewijs en getuigenverklaringen aan de feitenrechter is voorbehouden. Ook oordeelde de Hoge Raad dat schriftelijke verklaringen opgesteld door advocaten niet per definitie buiten beschouwing moeten worden gelaten, maar dat de betrouwbaarheid daarvan aan de rechter is.
De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten en bevestigde dat eisers het risico van hun bouwactiviteiten vóór onherroepelijkheid van vergunningen zelf dragen, tenzij de gemeente expliciet vertrouwen heeft gewekt dat bezwaar of beroep niet tot vernietiging zou leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat eisers het risico dragen van bouwactiviteiten vóór onherroepelijkheid van vergunningen en wijst hun vorderingen af.