ECLI:NL:PHR:2003:AM2520
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op kennisneming van videobanden na terechtzitting en behandelt samenloop en vervolgingsaspecten
In deze zaak is verdachte in hoger beroep veroordeeld voor openlijke geweldpleging op een openbare plaats nabij een discotheek in Arnhem. De Hoge Raad behandelt diverse cassatiemiddelen waaronder de vermeende schending van het onmiddellijkheidsbeginsel door het hof dat videobanden na de terechtzitting heeft bekeken.
De verdediging had bezwaar gemaakt tegen het nader bekijken van videobanden door het hof na sluiting van het onderzoek, omdat zij meende dat hierdoor niet adequaat op de inhoud kon worden gereageerd. De Hoge Raad oordeelt echter dat de verdediging voorafgaand aan de terechtzitting kennis had genomen van de videobanden en dat het hof het recht heeft om ook na de terechtzitting processtukken, waaronder videobanden, te raadplegen.
Verder wordt geoordeeld dat het hof geen keuze hoefde te maken tussen de verschillende tenlastegelegde plaatsen van het geweld, aangezien dit voor de strafrechtelijke beoordeling niet van belang is. Ook wordt bevestigd dat het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie wegens dubbele vervolging niet aan de orde was omdat dit verweer niet expliciet ter terechtzitting was gevoerd.
De Hoge Raad herstelt een misslag in de bewezenverklaring met betrekking tot een slachtoffer, maar acht dit niet van invloed op de strafmaat. De cassatiemiddelen worden verworpen en de bestreden uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatie en bevestigt de veroordeling wegens openlijke geweldpleging, waarbij het hof videobanden na de terechtzitting mocht bekijken.