ECLI:NL:HR:2003:AM2520
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gelijktijdige vervolging voor openlijke geweldpleging en deelname aan vechterij
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 12 november 2002, waarin verdachte werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging en deelname aan een vechterij met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens gelijktijdige vervolging van hetzelfde feitencomplex en stelde subsidiair dat sprake was van eendaadse samenloop.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep op niet-ontvankelijkheid op grond van art. 68 Sr Pro niet slaagt omdat er geen eerdere onherroepelijke veroordeling is en het hier gelijktijdige vervolging betreft. Ook is er geen sprake van eendaadse samenloop tussen art. 141 Sr Pro (openlijke geweldpleging) en art. 306 Sr Pro (deelnemen aan vechterij) omdat de delictsomschrijvingen verschillen en verschillende rechtsbelangen worden beschermd.
Daarnaast is geoordeeld dat het hof tijdens beraadslaging na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting videobanden als processtukken mag bekijken, ook als deze niet tijdens de zitting zijn vertoond. De Hoge Raad constateert een kennelijke misslag in de bewezenverklaring en corrigeert deze ambtshalve.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat geen van de middelen slaagt en er geen reden is om het arrest ambtshalve te vernietigen. De veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor openlijke geweldpleging en deelname aan vechterij met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.