ECLI:NL:PHR:2003:AN7819
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voortgezet zonder schriftelijke vastlegging, ontslag tijdens ziekte nietig zonder toestemming RDA
De zaak betreft een arbeidsovereenkomst die op 9 juni 1997 voor bepaalde tijd werd aangegaan en na afloop daarvan op 9 augustus 1997 werd voortgezet. Onenigheid bestond over de aard van deze voortzetting: was deze stilzwijgend voor dezelfde duur, voor de duur van een project, of voor onbepaalde tijd? De werknemer was op het moment van opzegging arbeidsongeschikt.
De werkgever zegde de arbeidsovereenkomst op tijdens de ziekteperiode zonder toestemming van de Regionaal Directeur Arbeidsvoorziening (RDA), wat volgens de werknemer nietig is. De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was voortgezet en het ontslag nietig was wegens het ontbreken van toestemming van de RDA. De rechtbank vernietigde dit vonnis en oordeelde dat sprake was van stilzwijgende voortzetting voor bepaalde tijd, waardoor het ontslag rechtsgeldig was.
De Hoge Raad stelde vast dat volgens de toepasselijke CAO elke verlenging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd schriftelijk moet worden vastgelegd. Omdat dit niet was gebeurd, moest worden uitgegaan van een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Hierdoor was de opzegging tijdens ziekte zonder toestemming van de RDA nietig en bleef het dienstverband voortduren tot 22 april 1999, de dag waarop de werknemer elders in dienst trad.
De Hoge Raad bevestigde dat het ontslagverbod tijdens ziekte en het vereiste van toestemming van de RDA dwingend recht zijn en niet door CAO kunnen worden uitgesloten. Ook werd bevestigd dat het opzeggingsvereiste na stilzwijgende voortzetting van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geldt. De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis en bekrachtigde de eerdere vonnissen van de kantonrechter.
Uitkomst: Het ontslag is nietig wegens het ontbreken van toestemming van de RDA en het dienstverband liep door tot 22 april 1999.