ECLI:NL:PHR:2003:AN8258
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift na afstand doen van inbeslaggenomen geld
Klager werd bij aankomst op Schiphol aangehouden met een grote som geld in contanten, verstopt in een dubbele bodem van een koffer. Het geld werd inbeslaggenomen. Klager deed schriftelijk afstand van het geld en verklaarde dat het niet van hem was, maar dat hij het in Miami van een onbekende had gekregen en in Amsterdam aan een derde moest afgeven. De Officier van Justitie gaf opdracht om met het geld te handelen alsof het verbeurd was verklaard.
Klager werd vrijgesproken van de tenlastegelegde witwashandelingen en diende een klaagschrift in voor teruggave van het geld, stellende dat hij wel bezitter was. De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk omdat het beslag was geëindigd door de afstandsverklaring, waardoor beklag niet meer mogelijk was.
De Hoge Raad bevestigde deze niet-ontvankelijkheid omdat klager, na afstand van het geld, niet meer als belanghebbende kon worden aangemerkt. Het middel van cassatie werd verworpen, en het OM mocht met het geld handelen alsof het verbeurd was verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor ambtshalve vernietiging van het bestreden oordeel.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift over het inbeslaggenomen geld na afstandsverklaring.