ECLI:NL:PHR:2003:AO0423
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillissementsuitspraak ondanks onduidelijkheid over koopprijs cessie
In deze zaak is de vennootschap verzoekster 1 failliet verklaard op verzoek van verweerster. Kort voor het faillissement werden vorderingen van verzoekster 1 gecedeerd aan andere vennootschappen op basis van een koopovereenkomst waarvan de koopprijs niet duidelijk was. Het hof Amsterdam bevestigde het faillissementsvonnis en oordeelde dat, bij gebrek aan duidelijkheid over de betaling van de koopprijs, ervan moest worden uitgegaan dat deze niet was voldaan.
Verzoekers tot cassatie stelden dat het hof ten onrechte de feitelijke grondslag van de faillietverklaring had uitgebreid en dat het oordeel over de koopprijs onbegrijpelijk was. De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht uitging van de bijzondere omstandigheid van onduidelijkheid en dat de kwestie van de koopprijs wel degelijk tussen partijen in debat was geweest.
De Hoge Raad benadrukte dat een ontbonden rechtspersoon die geen baten meer heeft, toch failliet kan worden verklaard als er lichte indicaties zijn van baten. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof Amsterdam. De zaak illustreert de toepassing van de leer dat bij onduidelijkheid over baten een faillissement kan worden uitgesproken en nader onderzoek door de curator kan volgen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.