ECLI:NL:PHR:2004:AF7505
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over rioolrechten, gelijkheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel bij heffing van rioolafvoerrecht grote lozers
De zaak betreft de heffing van rioolafvoerrecht door de gemeente Zoetermeer in 1995, waarbij alleen grote lozers werden aangeslagen en een drempel van 300 m3 afvalwater werd gehanteerd. Belanghebbende was gebruiker van twee eigendommen met aanzienlijke waterafvoer en werd aangeslagen voor het rioolafvoerrecht. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof de aanslagen wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat een groot deel van de gebruikers buiten de heffing bleef.
De Hoge Raad oordeelt dat het door de gemeente gehanteerde stelsel, waarbij alleen grote lozers worden aangeslagen voor de meerkosten van grootafvoer en de rest uit algemene middelen wordt gefinancierd, niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De omissie in de verordening waarbij de drempel niet expliciet was opgenomen, maar wel beleidsmatig werd toegepast, leidt niet tot ongelijke behandeling. De percentages van kostenverdeling en heffing zijn gebaseerd op politieke beleidsvrijheid en zijn niet onredelijk of willekeurig.
De Hoge Raad bevestigt dat gemeenten een zekere beleidsvrijheid hebben bij de toedeling van rioleringskosten aan eigenaars- en gebruikersheffingen, mits deze op controleerbare wijze wordt vastgelegd en niet leidt tot dubbele heffing. Het arrest bespreekt uitgebreid de jurisprudentie over rioolrechten, de verhouding tussen aansluitrecht en afvoerrecht, en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel in dit kader.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, vermindert de aanslag voor één perceel en verklaart het beroep tegen de overige aanslagen ongegrond. Hiermee wordt het beleid van de gemeente bevestigd en wordt het belang van beleidsvrijheid en redelijkheid in gemeentelijke heffingen benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat het Zoetermeerse rioolafvoerrecht niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.