ECLI:NL:PHR:2009:BI1943
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing bouwlegesheffing gemeente Nijkerk aan algemene rechtsbeginselen en opbrengstnorm
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een bouwvergunning met een bouwsom van ƒ 14 miljoen bij de gemeente Nijkerk. De gemeente legde bouwleges op van ƒ 201.502, welke belanghebbende betwistte wegens vermeende onredelijkheid en willekeur. Het Hof Arnhem oordeelde dat de legesheffing onredelijk en willekeurig was vanwege grote verschillen in kostendekkingspercentages binnen de legesverordening en het ontbreken van een maximumtarief, en verlaagde de aanslag aanzienlijk.
De Hoge Raad overwoog dat de opbrengstnorm uit artikel 229b Gemeentewet geldt voor de gehele verordening en niet per individuele dienst, waardoor kruissubsidiëring is toegestaan. De Raad stelde dat aanzienlijke verschillen in kostendekkendheid binnen een verordening niet automatisch tot onredelijke of willekeurige heffing leiden en dat het Hof ten onrechte een motiveringsplicht aan de gemeente oplegde voor deze verschillen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat geen rechtstreeks verband vereist is tussen legeshoogte en kosten van de dienst, en dat er geen wettelijke verplichting bestaat tot een degressief tarief of maximum. Het Hof had onvoldoende onderbouwd waarom het geheven bedrag onredelijk was. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond en vernietigde het arrest van het Hof Arnhem.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem vernietigd; de legesheffing is niet onredelijk of willekeurig.