ECLI:NL:PHR:2004:AH2784
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van door Duitse rechter opgelegde boete wegens mishandeling in discotheek
De zaak betreft de aftrekbaarheid van een door een Duitse strafrechter opgelegde boete en kosten voor juridische bijstand die een portier/uitsmijter in Duitsland maakte na een mishandeling tijdens zijn dienst. De belanghebbende wilde deze kosten in 1999 als beroepskosten aftrekken van zijn inkomen. De Inspecteur weigerde dit en nam slechts het forfaitaire bedrag aan beroepskosten in aanmerking. Het Hof oordeelde dat de boete niet van aftrek is uitgesloten omdat deze door een buitenlandse rechter is opgelegd en dat het gebruik van fysiek geweld binnen de dienstbetrekking onder omstandigheden kan passen, waardoor de kosten aftrekbaar zijn.
De Staatssecretaris stelde cassatie in met het middel dat het Hof een motiveringsgebrek maakte door niet in te gaan op het standpunt van de Inspecteur dat er in 1996 geen bron van inkomen bestond, omdat geen inkomsten uit de Duitse dienstbetrekking waren aangegeven. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit standpunt niet verkeerd heeft begrepen en dat het mogelijk is kosten af te trekken waartegenover geen inkomsten staan, mits er wel een beoogd en redelijkerwijs te verwachten economisch voordeel is.
Procesrechtelijk werd besproken dat de Inspecteur zijn subsidiaire stelling pas na de termijn voor stukkenwisseling indiende en na toestemming van partijen tot afdoening zonder zitting, zonder wederhoor. De Hoge Raad benadrukte het belang van hoor en wederhoor en dat nieuwe stellingen na termijnverloop en zonder wederhoor in principe buiten beschouwing moeten worden gelaten, tenzij partijen opnieuw toestemming geven of de wederpartij gelegenheid krijgt te reageren. In deze zaak was het Hof echter niet in het nadeel van de belanghebbende omdat het de subsidiaire stelling verwierp. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; de boete en kosten zijn aftrekbaar als beroepskosten.