ECLI:NL:HR:2001:AD4852
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt correctie loon bij aanslag inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een B.V., kreeg voor het jaar 1997 een aanslag opgelegd op basis van een belastbaar loon van ƒ 189.756. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd, waarbij het Hof oordeelde dat het loon in 1997 hoger was dan het bij de aanslag aangenomen bedrag van ƒ 175.000.
De Inspecteur had aanvankelijk het loon gecorrigeerd op grond van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964, mede gelet op het loon in voorgaande jaren. Tijdens het geding stelde de Inspecteur zich primair op het standpunt dat de loonsverlaging uit de suppletie-aangifte niet in 1997 was gerealiseerd, waardoor het werkelijk genoten loon hoger was.
Het Hof overwoog dat inkomsten worden geacht te zijn genoten op het moment van ontvangst, verrekening of ter beschikkingstelling, en stelde vast dat belanghebbende in 1997 tot en met september al ƒ 176.841 had genoten, exclusief eventueel verlaagd loon over de laatste maanden. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat het oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de looncorrectie bij de aanslag inkomstenbelasting 1997.