ECLI:NL:PHR:2004:AI0719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest Hof Leeuwarden inzake energiepremie voor verbouwing kerkgebouw tot woning
Belanghebbende vroeg in 2000 een energiepremie aan voor spouwmuurisolatie en lage temperatuur CV met vloerverwarming aangebracht aan een kerkgebouw dat werd verbouwd tot woning. Het energiebedrijf en later de Inspecteur wezen de aanvraag af omdat het geen bestaande woning betrof. Het Hof Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het gebouw als nieuwbouwwoning moest worden aangemerkt vanwege een recent afgegeven bouwvergunning.
De Hoge Raad stelt dat het Hof een onjuiste uitleg gaf aan het begrip woning en nieuwbouw in de regelgeving. De Hoge Raad benadrukt dat de Wet belastingen op milieugrondslag en de Uitvoeringsregeling spreken over een als woning gebruikte onroerende zaak, en niet alleen over een gebouw bestemd voor permanente bewoning. Ook is onduidelijk of de bouwvergunning voorschriften inzake energiezuinigheid bevatte, en de Hoge Raad acht het onwaarschijnlijk dat voor een verbouwing van een bestaand gebouw zulke eisen gelden.
De Hoge Raad concludeert dat het Hof is uitgegaan van een verkeerde rechtsopvatting omtrent het begrip woning waarvoor een bouwvergunning is afgegeven na 1 januari 1998. Daarom wordt het arrest van het Hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor nadere behandeling en berechting. De conclusie van de Advocaat-Generaal bevat een uitgebreide analyse van de energiepremieregeling, de wettelijke grondslagen, uitvoeringsregelingen en het convenant tussen Staat en energiebedrijven.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere behandeling.