ECLI:NL:PHR:2004:AI0733
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling energiepremie en toepassing termijn bij gecombineerde energiebesparende voorzieningen
Belanghebbende diende op 13 november 2000 een aanvraag in voor energiepremie voor meerdere energiebesparende voorzieningen aan zijn woning. Het energiebedrijf kende slechts een deel van de premie toe omdat de aanvraag te laat was ingediend voor andere voorzieningen, waarvan de laatste betaling meer dan 13 weken voor de aanvraagdatum lag. Belanghebbende maakte bezwaar en het Hof Leeuwarden verklaarde het beroep gegrond en stelde de premie vast op het gevraagde bedrag.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte geen onderscheid maakte tussen de verschillende voorzieningen en dat de termijn van 13 weken strikt moet worden toegepast per voorziening. De aanvraag was te laat voor de voorzieningen waarvoor de laatste betaling op 5 april 2000 plaatsvond, terwijl de aanvraag pas op 13 november 2000 werd ingediend.
Het incidentele beroep van belanghebbende om rentevergoeding werd ongegrond verklaard omdat hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat en het niet in cassatie kan worden onderzocht. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verklaarde het beroep ongegrond.
De zaak bevat tevens een uitgebreide toelichting op de regeling van energiepremies, de wettelijke en beleidsmatige achtergrond, de rol van het convenant tussen Staat en energiebedrijven, en de uitleg van begrippen als aanschaf en aanvraagtermijn. De Hoge Raad benadrukt dat de regeling complex is en dat een redelijke interpretatie vereist is, waarbij de termijn van 13 weken strikt per voorziening geldt en dat gecombineerde aanvragen mogelijk zijn, maar de termijn per voorziening moet worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep ongegrond omdat de aanvraag te laat was ingediend voor meerdere voorzieningen.