ECLI:NL:PHR:2004:AN8661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing verlaagd tarief omzetbelasting op agrarische werkzaamheden door uitzendbureau
Deze zaak betreft de vraag of de agrarische werkzaamheden verricht door een uitzendbureau, bestaande uit voornamelijk Poolse werknemers, onder het verlaagde tarief van post b.13 van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968 vallen. De Inspecteur stelde dat de belanghebbende geen agrarisch loonbedrijf exploiteert maar een uitzendbureau, waardoor het verlaagde tarief niet van toepassing zou zijn. Het Hof te 's-Gravenhage vernietigde de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen en oordeelde dat de werkzaamheden wel onder het verlaagde tarief vielen.
De Hoge Raad bevestigt dat de beleidsregels (Toelichting en Voorschrift) als rechtsregels gelden maar dat de rechter deze slechts hoeft toe te passen indien partijen zich erop beroepen. De Hoge Raad stelt dat het enige relevante criterium voor toepassing van post b.13 is of de diensten hun oorsprong vinden in de bedrijfsuitoefening van landbouwers, veehouders, tuinbouwers of bosbouwers, ongeacht of de presterende ondernemer een agrarisch loonbedrijf exploiteert.
Hoewel het Hof niet expliciet inging op de vraag of de diensten eigen en kenmerkend zijn voor een agrarisch loonbedrijf, oordeelt de Hoge Raad dat uit de feiten blijkt dat de werkzaamheden inderdaad aannemingswerk betreffen met eigen verantwoordelijkheid voor het resultaat. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof dat het verlaagde tarief van toepassing is op de diensten van de belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat de diensten onder het verlaagde tarief vallen.