ECLI:NL:PHR:2004:AN8907
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beëindiging gemeentelijke zorg bij intrekking voorwaardelijke verblijfsvergunning
De zaak betreft een vreemdeling afkomstig uit Noord-Irak die in 1997 een aanvraag tot verblijf als vluchteling in Nederland indiende. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees deze aanvraag in 1998 af, maar verleende een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). De gemeente Hilversum sloot met de vreemdeling een bruikleenovereenkomst voor het gebruik van een woning onder de Zorgwet vvtv.
Na intrekking van de vvtv in 1999 en het ongegrond verklaren van het bezwaar, stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, maar trok later het bezwaar en verzoek om voorlopige voorziening in, waardoor de intrekking onherroepelijk werd. De gemeente stelde vervolgens ontruiming van de woning voor, wat de voorzieningenrechter toewijst, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, stellende dat het oude Stappenplan 1999 van toepassing was.
De Hoge Raad oordeelt dat het Stappenplan 1999 niet van toepassing is op voorzieningen op grond van de Zorgwet vvtv, maar alleen op ROA/RVA-voorzieningen. De voorzieningen op grond van de Zorgwet vvtv eindigen van rechtswege vier weken na de intrekking van de vvtv of na het einde van een opschorting. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling van de niet-behandelde grieven van de vreemdeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.