ECLI:NL:PHR:2004:AN9391
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wachtgelduitkering geweigerd wegens schuld werknemer na valse aangifte tegen collega
Eiser was sinds 1971 in dienst bij de Stichting Natura Artis Magistra en werkte als hoofdsmid. Zijn arbeidsovereenkomst werd ontbonden door de kantonrechter op grond van gewijzigde omstandigheden, nadat eiser een valse aangifte van mishandeling tegen een collega had gedaan. Eiser verzocht om een wachtgelduitkering op basis van de gemeentelijke Wachtgeldverordening Amsterdam, maar deze werd door Artis geweigerd omdat het ontslag aan zijn schuld of toedoen zou zijn te wijten.
De kantonrechter kende eiser aanvankelijk de wachtgelduitkering toe, omdat hij niet aannam dat eiser moedwillig naar ontbinding had toegewerkt. De rechtbank vernietigde dit vonnis echter en wees de vordering af, stellende dat de beëindiging van het dienstverband in overwegende mate aan eiser te wijten was vanwege de ernstige verwijtbaarheid van zijn handelen, namelijk de valse aangifte.
Eiser stelde cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de valse aangifte vaststond en dat eiser dit niet voldoende had weersproken. De Hoge Raad bevestigde dat het begrip 'ontslag' in de Wachtgeldverordening ook ontbinding omvat en dat het criterium voor weigering van wachtgeld is dat het ontslag in overwegende mate aan de werknemer is toe te rekenen. De klachten van eiser werden verworpen en het beroep in cassatie werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de weigering van de wachtgelduitkering blijft in stand.