ECLI:NL:PHR:2004:AN9402
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip 'met wiens goedvinden' in het Bindend Besluit Regres bij brandverzekering
In deze zaak draait het om de uitleg van artikel 3 sub a van Pro het Bindend Besluit Regres (BBR), waarin regres door brandverzekeraars op particuliere schadeveroorzakers wordt beperkt tot gevallen van opzet of met goedvinden. De Kompasschool te Lelystad brandde volledig af nadat [betrokkene 1] en [verweerder] aanwezig waren; [betrokkene 1] stak branden aan, terwijl [verweerder] buiten bleef en het vuur zag doven. Royal Nederland, als brandverzekeraar, nam regres op beiden.
De rechtbank wees de vordering tegen [verweerder] af wegens gebrek aan bewijs van 'goedvinden'. Het hof bevestigde dit oordeel en legde uit dat 'met wiens goedvinden' geen zelfstandige betekenis heeft naast 'opzet', aansluitend bij de opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen die dekking uitsluit bij opzet. Royal Nederland stelde cassatie in tegen deze uitleg.
De Hoge Raad oordeelt dat het BBR een regeling is die zich uitstrekt tot derden en daarom objectief moet worden uitgelegd, zonder dat niet-voor derden kenbare bedoelingen van de opstellers doorslaggevend zijn. Het hof heeft terecht gebruikgemaakt van een officiële, voor derden toegankelijke toelichting van de Vereniging van Brandassuradeuren in het WPNR om het begrip te verduidelijken. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat regres alleen mogelijk is indien sprake is van opzet of bewustzijn van de schadegevolgen, niet louter goedvinden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd dat regres op verweerder niet mogelijk is wegens ontbreken van opzet of bewustzijn van de schade.