ECLI:NL:HR:2003:AF4621
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip aanrijdingsschade in het Bindend Besluit Regres 1984
In deze zaak draait het om de uitleg van het begrip aanrijdingsschade zoals vermeld in paragraaf 3, onder c, van het Bindend Besluit Regres 1984 (BBR). Noordhollandsche, als brandverzekeraar, had een bedrag uitgekeerd aan Vrodest voor schade veroorzaakt door een auto die in een bedrijfspand was gereden, waarna brand ontstond. Noordhollandsche vorderde dit bedrag van London, de WAM-verzekeraar van de auto.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de gehele schade, inclusief de brandschade, onder het begrip aanrijdingsschade valt en dat London het resterende bedrag moest betalen. London stelde dat alleen de directe schade door de aanrijding ('koude schade') onder aanrijdingsschade valt en niet de brandschade ('warme schade').
De Hoge Raad bevestigt dat het BBR als een algemene regeling objectief en naar gebruikelijke maatstaven moet worden uitgelegd, waarbij de bedoeling van de opstellers die niet voor derden kenbaar is, niet doorslaggevend is. Het bewijsaanbod van London om deze bedoeling aan te tonen wordt terecht verworpen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de gehele schade als aanrijdingsschade moet worden beschouwd.
De Hoge Raad veroordeelt London tot betaling van het restant en de proceskosten. Deze uitspraak benadrukt het belang van een objectieve uitleg van verzekeringsregelingen die derden raken en bevestigt de reikwijdte van het verhaalsrecht onder het BBR.
Uitkomst: Het cassatieberoep van London wordt verworpen en zij wordt veroordeeld tot betaling aan Noordhollandsche.