ECLI:NL:PHR:2004:AO0628
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewijsgaring bij dubbele aanhouding en bewijsuitsluiting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij verzoeker is veroordeeld wegens opzetheling. Het verweer richtte zich op de rechtmatigheid van de bewijsgaring, met name de vraag of de verdachte onrechtmatig is verhoord na twee aanhoudingen.
De verdachte werd op 11 oktober 2001 aangehouden op verdenking van overtreding van de Wet wapens en munitie en een bedreiging, en opnieuw op 15 oktober 2001 op verdenking van diefstal en heling. De verdediging stelde dat de tweede aanhouding onrechtmatig was omdat deze betrekking had op dezelfde verdenking, waardoor verklaringen vanaf 15 oktober niet bruikbaar zouden zijn.
Het Hof verwierp dit verweer omdat er geen verband was tussen de aanhouding op 15 oktober en de eerder aangetroffen voorwerpen in de auto van de verdachte. De Hoge Raad bevestigt dat de beslissing op een verweer over onrechtmatig verkregen bewijs in de einduitspraak moet worden opgenomen, maar dat het ontbreken daarvan in de uitspraak niet leidt tot nietigheid indien die beslissing wel in het proces-verbaal is vermeld. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.