ECLI:NL:PHR:2004:AO1211
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hypotheekhouder tot executoriale verkoop ondanks onherroepelijke volmacht tot onderhandse verkoop
In deze zaak stond centraal of ING Vastgoed Financiering NV, als hypotheekhouder, bevoegd was om de executoriale verkoop voort te zetten ondanks dat Indonesian Trade & Distribution Centre BV (ITDC) op de dag van de executieverkoop een onherroepelijke volmacht tot onderhandse verkoop had verleend.
ITDC had de hypotheek op haar registergoed niet nagekomen, waardoor ING haar recht van parate executie kon uitoefenen. Na een aangekondigde executie in april 1998, die werd uitgesteld om ITDC de kans te geven kopers te vinden, vond op 9 december 1998 een veiling plaats met een laag bod. Op 16 december 1998 verleende ITDC een onherroepelijke volmacht tot onderhandse verkoop, maar tegelijkertijd vond een veiling bij afslag plaats waarbij ING het hoogste bod uitbracht. Vervolgens werd het registergoed aan ING geleverd.
De rechtbank en het hof oordeelden dat ING gerechtigd was de executoriale verkoop voort te zetten, omdat de volmacht onder voorwaarden was verleend en ITDC onvoldoende concrete gegadigden had aangedragen. Er was geen bewijs van misbruik van recht of benadeling van ITDC. Het bewijsaanbod van ITDC werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van ITDC en bevestigde de eerdere uitspraken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van ITDC en bevestigde dat ING bevoegd was de executoriale verkoop voort te zetten ondanks de onherroepelijke volmacht tot onderhandse verkoop.