ECLI:NL:PHR:2004:AO1228
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voortbestaan pensioentoezegging na overgang onderneming
De zaak betreft een geschil over de voortzetting van een pensioentoezegging uit 1983, gedaan door de rechtsvoorgangster van Meplax, aan een werknemer die in 2000 overleed. De weduwe vordert nakoming van deze pensioentoezegging door Meplax, die de onderneming in 1986 overnam.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Meplax de verplichtingen uit de pensioentoezegging heeft overgenomen, ondanks dat de pensioenpolis niet op haar naam stond en zij de polis in 1990 opzegde bij de verzekeraar. Meplax voerde aan dat de pensioentoezegging niet van rechtswege was overgegaan en dat de werknemer met nieuwe pensioenregelingen had ingestemd.
De Hoge Raad bevestigt dat de overgang van onderneming niet mag leiden tot het vervallen van pensioenaanspraken zonder duidelijke mededeling of regeling. Het doorbetalen van premies en uitkeringen aan weduwen van directeuren duiden op overname van de verplichtingen. De opzegging bij de verzekeraar heeft geen rechtsgevolg jegens de werknemer als daarover niet is geïnformeerd.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van Meplax en bevestigt dat zij gehouden is aan de pensioentoezegging uit 1983, ook na invoering van nieuwe pensioenregelingen. De uitspraak onderstreept het belang van transparantie en bescherming van pensioenaanspraken bij overgang van onderneming.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Meplax de pensioentoezegging uit 1983 heeft overgenomen en daaraan gebonden is.