ECLI:NL:PHR:2004:AO1294
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over margeregeling en globalisatieregeling bij overdracht onderneming gebruikte marge-auto's
De zaak betreft een geschil tussen Fiscale Eenheid X B.V. en de Staatssecretaris van Financiën over de toepassing van de margeregeling en globalisatieregeling bij de overdracht van een onderneming met gebruikte marge-auto's. Belanghebbende had de overgenomen voorraad marge-auto's als marge-inkoop aangemerkt voor teruggaaf omzetbelasting, maar de Inspecteur verleende slechts gedeeltelijke teruggaaf. Het Hof oordeelde dat de overgenomen voorraad niet als marge-inkoop kon worden beschouwd vanwege de substitutieregel in artikel 31 Wet Pro OB en de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof het recht onjuist had toegepast en dat de nationale regeling in strijd was met de Zesde richtlijn, met name artikel 5, lid 8, en artikel 26bis, onderdeel B, lid 10. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de zaak moet worden aangehouden totdat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen prejudiciële vragen heeft beantwoord over de verenigbaarheid van de nationale regeling met de Zesde richtlijn.
De conclusie bevat een uitgebreide analyse van de communautaire en nationale regelgeving omtrent de overdracht van een algemeenheid van goederen, de margeregeling en de globalisatieregeling. Hierbij wordt ingegaan op de substitutieregel, de carry-forwardregeling en de jaarglobalisatie, en de mogelijke ongerechtvaardigde schade of voordelen die kunnen ontstaan door de huidige nationale regeling. De conclusie benadrukt dat het HvJEG de nationale maatregelen moet toetsen om duidelijkheid te verschaffen over de toepassing van de Zesde richtlijn in deze context.
Uitkomst: De Hoge Raad heeft de zaak aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de toepassing van de margeregeling en globalisatieregeling bij overdracht van marge-auto's.