ECLI:NL:PHR:2004:AO1303
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de globalisatieregeling bij overdracht van onderneming en negatieve marge
Belanghebbende, een onderneming in gebruikte auto's, nam een ander automobielbedrijf over dat een negatieve marge had opgebouwd onder de globalisatieregeling. De Inspecteur corrigeerde de marge-inkopen, leidend tot een naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde dat de negatieve marge mocht worden meegenomen bij de belastingberekening.
Het Hof Arnhem oordeelde dat de negatieve marge niet kon worden verrekend, omdat de carry-forwardregeling en jaarglobalisatie een persoonlijk karakter dragen en bij overdracht zijn uitgesloten. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De conclusie van de Advocaat-Generaal bespreekt uitgebreid de communautaire en nationale regelgeving omtrent de overdracht van een algemeenheid van goederen en de margeregeling, met name de globalisatieregeling. Hij betwijfelt of de uitsluiting van negatieve marges bij overdracht verenigbaar is met artikel 26bis van de Zesde richtlijn en beveelt aan de zaak te schorsen en prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De conclusie bevat een gedetailleerde analyse van de wetgeving, jurisprudentie en beleidsnota's, waarbij wordt benadrukt dat de huidige regeling mogelijk leidt tot ongerechtvaardigde schade voor de overnemende globalist en dat het HvJEG hierover moet oordelen.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt prejudiciële vragen aan het HvJEG over de verenigbaarheid van de uitsluiting van negatieve marges bij overdracht met de Zesde richtlijn.