ECLI:NL:PHR:2004:AO1826
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie bij geldboete binnenvaartpolitiereglement
Verdachte werd door de Rechtbank te Haarlem, sector Kanton te Zaandam, veroordeeld tot een geldboete van € 50,- wegens overtreding van artikel 8.04 lid 1 aanhef onder b van het Binnenvaartpolitiereglement, met subsidiair één dag hechtenis. Namens verdachte werden twee middelen van cassatie voorgesteld door zijn advocaat.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 404 lid 3 in Pro samenhang met lid 2 Sv tegen dit vonnis geen rechtsmiddel openstaat, omdat het een overtreding betreft waarvoor geen hoger beroep of cassatie mogelijk is. Dit betekent dat verdachte niet in cassatie kan worden ontvangen.
Hoewel de kantonrechter onjuist had medegedeeld dat “een rechtsmiddel” openstond, doet dit niet af aan de wettelijke uitsluiting van hoger beroep en cassatie. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie tegen de geldboete wegens overtreding van het Binnenvaartpolitiereglement.