ECLI:NL:PHR:2004:AO1830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanhouding en toepassing art. 359a Sv bij overschrijding verhoortermijn
In deze zaak stond centraal of het vastpakken van verdachte bij de schouder door politieagenten een onrechtmatige aanhouding opleverde en of een overschrijding van de zesuurstermijn voor verhoor strafvermindering rechtvaardigde.
Verdachte werd om 2.30 uur 's nachts in Tilburg door agenten aangesproken vanwege zijn bekendheid met inbraken. Hij ging er vandoor, werd bij zijn schouder gepakt en weer losgelaten toen hij stilstond. Vervolgens gaf hij vrijwillig zijn jas en heuptasje af, waarin inbrekerswerktuigen werden aangetroffen. Het hof oordeelde dat dit geen onrechtmatige aanhouding was en dat verdachte pas later op grond van de APV werd aangehouden.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet binnen zes uur was verhoord, wat volgens art. 359a Sv strafvermindering zou moeten opleveren. Het hof reageerde hier niet op, wat de Hoge Raad terecht als een onvoldoende gemotiveerd verweer beoordeelde. Desondanks vond de Hoge Raad de overschrijding beperkt en zag geen reden voor vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de beperkte overschrijding van de verhoortermijn leidt niet tot strafvermindering.