ECLI:NL:PHR:2004:AO1879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid afluisteren en opnemen telefoongesprek in penitentiaire inrichting
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor het opzettelijk verstoren van de rust door valse alarmkreten, nadat hij telefonisch meldde dat er een bom van semtex in een cel lag. Het Hof gebruikte als bewijs een opgenomen telefoongesprek dat verdachte vanuit een penitentiaire inrichting voerde. Verdachte stelde dat het afluisteren en opnemen onrechtmatig was omdat er vooraf geen verdenking bestond.
De Hoge Raad bevestigde dat de directeur van een penitentiaire inrichting bevoegd is om telefoongesprekken van gedetineerden af te luisteren en op te nemen met het oog op handhaving van orde, veiligheid, opsporing van strafbare feiten en bescherming van betrokkenen. Dit toezicht is rechtmatig, ook als er vooraf geen verdenking is. Tevens is het niet toegestaan om in cassatie nieuwe gronden voor onrechtmatigheid aan te voeren die feitelijk onderzoek vereisen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het bewijs van het opgenomen telefoongesprek toereikend was om het opzet van verdachte vast te stellen. Het hof had terecht geoordeeld dat verdachte wist dat zijn melding vals was, gezien de uitzonderlijke aard van de situatie en het ontbreken van een verweer hiertegen.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde de veroordeling van verdachte tot een geldboete en subsidiair hechtenis. Hiermee is het gebruik van opgenomen telefoongesprekken in penitentiaire inrichtingen onder de genoemde voorwaarden gelegaliseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van het afluisteren en opnemen van het telefoongesprek en de veroordeling van verdachte wegens valse alarmkreten.