ECLI:NL:PHR:2004:AO1994
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw en onvoldoende inzicht
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Arnhem bekrachtigd waarin het verzoek van verzoeker tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Verzoeker was niet te goeder trouw met betrekking tot een schuld aan AOK Steinfurt, die voortkwam uit een strafrechtelijke veroordeling in Duitsland. Daarnaast gaf verzoeker onvoldoende inzicht in zijn inkomens- en vermogenspositie, wat het hof als een zelfstandige grond zag om het verzoek af te wijzen.
Verzoeker was betrokken bij meerdere ondernemingen en had een eenmanszaak. Het faillissement van verzoeker was aangevraagd, waarna hij een verzoek tot schuldsanering indiende. Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de schuld aan AOK Steinfurt niet buiten beschouwing kon blijven en dat verzoeker niet te goeder trouw was. Tevens werd het aanbod van verzoeker om nadere stukken te overleggen als te laat en onvoldoende gespecificeerd afgewezen.
In cassatie voerde verzoeker meerdere klachten aan, onder meer over de territoriale werking van de schuldsaneringsregeling en de aard van de schuld. De Hoge Raad verwierp deze klachten, onder meer omdat de Europese Insolventieverordening ook buitenlandse schulden omvat en het hof niet had geoordeeld dat het om een strafrechtelijke boete ging. Ook werd het beroep op de toepassing van Duits recht afgewezen wegens het ontbreken van belang en de beperking van cassatie bij vreemde rechtstoepassing.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht het verzoek tot schuldsanering had afgewezen op grond van het niet te goeder trouw zijn en het onvoldoende inzicht in de financiële situatie van verzoeker. Tevens werd bevestigd dat het hof het bewijsaanbod van verzoeker terecht niet had gehonoreerd wegens te late en onvoldoende specificatie.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw en onvoldoende inzicht in de financiële situatie.