ECLI:NL:HR:2004:AO1994

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/096HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 79 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake faillissementsverzoek en schuldsaneringsregeling

Verzoeker heeft op 15 mei 2003 bij de rechtbank Almelo faillissement aangevraagd. Tijdens de zitting op 11 juni 2003 heeft verzoeker het faillissementsverzoek bestreden en verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees het faillissementsverzoek bij vonnis van 8 juli 2003 af. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat bij arrest van 14 augustus 2003 het vonnis van de rechtbank bevestigde.

Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. Het arrest is gewezen door de raadsheren Aaftink, Beukenhorst en de Savornin Lohman en op 19 maart 2004 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Hammerstein.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het faillissementsverzoek blijft afgewezen.

Uitspraak

19 maart 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/096HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 mei 2003 gedateerd verzoekschrift is bij de rechtbank te Almelo het faillissement van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - aangevraagd.
Ter zitting van 11 juni 2003 heeft [verzoeker] het verzoek bestreden en ter afwending van de behandeling van dit verzoek verzocht toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 8 juli 2003 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 14 augustus 2003 heeft het hof voormeld vonnis van de rechtbank te Almelo bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 19 maart 2004.