ECLI:NL:PHR:2004:AO2283
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling bij onteigening grond en opstallen voor woonwijkontwikkeling
In deze zaak gaat het om de onteigening van een perceel grond met opstallen ten behoeve van de ontwikkeling van een woonwijk in Hoogezand-Sappemeer. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van een deskundigenrapport, waarbij onder meer de grondwaarde en de waarde van opstallen werden getaxeerd. De deskundigen hadden hun waardering aangepast na aanvankelijke rapporten, waarbij zij rekening hielden met zogenaamde versluieringseffecten in vergelijkbare gemeenten.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aanvullende deskundigenrapport, dat een hogere grondwaarde adviseerde, niet gevolgd kon worden. Tevens is onvoldoende gemotiveerd waarom de rechtbank terugviel op het oorspronkelijke rapport, terwijl de deskundigen in het aanvullende rapport hun eerdere taxatie deels hadden herzien. Daarnaast is geoordeeld dat de premie voor het 'uit handen breken' en bijkomende aankoopkosten niet apart vergoed hoeven te worden indien de totale schadeloosstelling ruim voldoende is om vervangende grond en opstallen te financieren.
De gemeente stelde dat de opstallen geen zelfstandige waarde vertegenwoordigen omdat zij gesloopt moeten worden, maar de Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank dit standpunt voldoende heeft gemotiveerd verworpen. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor nader feitelijk onderzoek naar de schadeloosstelling.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader feitelijk onderzoek.