ECLI:NL:PHR:2004:AO2296
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schuldeiserschap en verrekening bij leningsovereenkomst tussen partijen
Partijen sloten op 16 april 1994 een overeenkomst tot deelname en samenwerking waarbij verweerder aan eiser een lening verstrekte voor de oprichting van een management B.V. Eiser ontving een bedrag van 40.000 gulden en betaalde gedeeltelijk terug. Verweerder stelde dat het restantbedrag nog openstond en gaf de vordering uit handen.
De rechtbank wees het verweer van eiser af dat de lening niet van verweerder maar van een vennootschap was en dat hij mocht verrekenen met een management-fee. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de overmaking van het bedrag ter uitvoering van de overeenkomst tussen partijen was gedaan en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij mocht verrekenen.
In cassatie betoogde eiser dat de lening van de vennootschap was en niet van verweerder privé, en dat hij daarom niet aan verweerder verschuldigd was. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de verbintenis tot terugbetaling aan verweerder toekomt, ook indien de betaling door een derde is gedaan. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verweerder schuldeiser is en dat eiser geen recht heeft op verrekening met een management-fee.