ECLI:NL:HR:2004:AO2296
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering tot betaling van geldsom
De zaak betreft een vordering van verweerder tot betaling door eiser van een bedrag van ƒ 20.000, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Verweerder had eiser gedagvaard en de rechtbank wees de vordering toe. Eiser stelde hoger beroep in, maar het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde het vonnis. Vervolgens stelde eiser cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Verweerder was niet verschenen in cassatie en verstek werd verleend.
Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerder nihil worden begroot. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot betaling wordt bevestigd.