ECLI:NL:PHR:2004:AO2599
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beveiligingsmedewerker TU Delft als ambtenaar in de zin van artikel 139 Sr
De zaak betreft een medewerker van een beveiligingsbedrijf dat de TU Delft beveiligt, die werd aangemerkt als ambtenaar in de zin van artikel 139 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De verdachte werd veroordeeld wegens wederrechtelijk verblijf in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, nadat hij geen gehoor gaf aan een verwijderingsbevel van de beveiligingsmedewerker.
De verdediging voerde onder meer aan dat de beveiligingsmedewerker niet als ambtenaar kon worden beschouwd, omdat hij geen ambtseed had afgelegd en geen schriftelijk mandaat bezat. De Hoge Raad oordeelde echter dat het begrip ambtenaar in strafrechtelijke zin ruim moet worden uitgelegd en dat ook personen die onder toezicht en verantwoording van de overheid zijn aangesteld en een openbaar karakter van hun functie hebben, als ambtenaar gelden. De beveiligingsmedewerker was bevoegd gesteld door het hoofd facilitaire dienst van de TU Delft om bezoekers de toegang te ontzeggen.
Daarnaast werd betwist dat er sprake was van wederrechtelijk verblijf, omdat de ontzegging formeel nog niet schriftelijk was vastgelegd. Het hof stelde echter vast dat de verdachte herhaaldelijk was verzocht het gebouw te verlaten en dat hij dit naliet, waardoor zijn verblijf onrechtmatig was. De Hoge Raad verwierp de cassatiegronden en bevestigde de veroordeling van de verdachte tot een geldboete, subsidiair hechtenis.
De uitspraak benadrukt de ruime interpretatie van het begrip ambtenaar in strafrechtelijke context en bevestigt dat beveiligingsmedewerkers met een mandaat van een openbaar gezag bevoegd zijn om verwijderingsbevelen te geven die strafrechtelijke consequenties kunnen hebben.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens wederrechtelijk verblijf na niet opvolgen van verwijderingsbevel van een bevoegde ambtenaar.