ECLI:NL:PHR:2004:AO4015
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte van art. 1:401 lid 4 BW bij wijziging onderhoudsbijdrage wegens onjuiste gegevens
In deze zaak staat centraal de uitleg en toepassing van artikel 1:401 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat wijziging of intrekking van een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud mogelijk maakt indien deze van aanvang af niet aan wettelijke maatstaven voldoet doordat onjuiste of onvolledige gegevens zijn gebruikt.
De vrouw had bij echtscheiding een alimentatiebedrag van ƒ 1.500 per maand gevraagd, in de veronderstelling dat dit een netto bedrag betrof. De rechtbank stelde dit bedrag vast, waarna de vrouw later wijziging verzocht op grond van de vermeende onjuiste basis van de oorspronkelijke vaststelling. Het hof vernietigde een eerdere wijzigingsbeschikking en wees het verzoek af, stellende dat geen sprake was van onjuiste gegevens bij de oorspronkelijke vaststelling.
De Hoge Raad oordeelt dat voor een beroep op art. 1:401 lid 4 BW Pro niet noodzakelijk is dat de oorspronkelijke berekening onjuist was, maar dat voldoende is dat ten tijde van de vaststelling onjuiste of onvolledige gegevens werden gebruikt. Echter, in het onderhavige geval was er geen sprake van onjuiste of onvolledige gegevens die de behoefte of draagkracht beïnvloedden, maar slechts van een netto-bruto misverstand, wat niet tot wijziging leidt.
De Hoge Raad bevestigt dat het rechtsmiddel van hoger beroep primair dient om fouten in de oorspronkelijke uitspraak te herstellen en dat art. 1:401 lid 4 BW Pro een aanvullend rechtsmiddel is. Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere beschikking blijft van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de alimentatiebijdrage blijft ongewijzigd.