ECLI:NL:PHR:2010:BK5026
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte en toepassing van art. 1:401 lid 4 BW bij wijziging onderhoudsbijdrage
In deze zaak verzoekt de vrouw wijziging van een beschikking betreffende haar levensonderhoud op grond van art. 1:401 lid 4 BW Pro. Zij stelt dat het hof ten onrechte alleen het jaarinkomen van de man over 2005 heeft meegewogen, terwijl dit jaar door onbetaald verlof niet representatief was voor zijn draagkracht.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de inkomensgegevens over 2003, 2004 en 2005 juist waren en dat een vergissing alleen kan bestaan uit het ontbreken of onjuistheid van gegevens zelf, niet uit een verkeerde selectie of beoordeling daarvan.
De vrouw komt in cassatie op tegen dit oordeel en betoogt dat art. 1:401 lid 4 BW Pro ook toepassing vindt indien de rechter bij de vaststelling van de onderhoudsbijdrage is uitgegaan van een onjuiste voorstelling omtrent de representativiteit van het inkomen over 2005. De Hoge Raad bevestigt dat wijziging op grond van lid 4 alleen mogelijk is indien bij de uitspraak van onjuiste of onvolledige feitelijke gegevens is uitgegaan, en dat een verkeerde beoordeling of selectie van bekende gegevens niet onder deze bepaling valt.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat tegen een verkeerde weging of motivering het gewone rechtsmiddel openstaat, maar niet via art. 1:401 lid 4 BW Pro. De zaak verduidelijkt de ruime, doch begrensde reikwijdte van art. 1:401 lid 4 BW Pro bij wijziging van onderhoudsbijdragen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; wijziging op grond van art. 1:401 lid 4 BW wordt niet toegewezen.