ECLI:NL:PHR:2004:AO4604
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking over draagkracht vrouw bij alimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 1984 in gemeenschap van goederen gehuwd en in 2001 gescheiden. De rechtbank stelde onderhoudsbijdragen vast, waarbij rekening werd gehouden met de woonlasten van de vrouw na aankoop van een nieuwe woning. De vrouw betaalde hypotheeklasten en premies voor verzekeringen, en gebruikte slechts een deel van haar deel van de verkoopopbrengst van de voormalige echtelijke woning voor de financiering van de nieuwe woning.
De man stelde dat de vrouw haar deel van de opbrengst volledig had moeten gebruiken om haar woonlasten te verlagen, en dat het hof ten onrechte niet rekening hield met het niet gebruikte deel van circa f 220.000,-. Het hof oordeelde echter dat de woonlasten van de vrouw niet onredelijk waren en dat zij niet in staat was om een uitkering tot levensonderhoud aan de man te betalen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering waarom het niet gebruikte deel van de verkoopopbrengst buiten beschouwing bleef bij de draagkrachtberekening. Het hof had dit moeten toelichten, mede gelet op het debat tussen partijen en de motiveringsplicht bij alimentatiebeschikkingen. De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor nadere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere motivering en beoordeling van de draagkracht van de vrouw.