ECLI:NL:PHR:2004:AO5061
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs en onverenigbaarheid verklaringen met doodsoorzaak slachtoffer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen de vrijspraak van verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer, waarbij het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte het delict had gepleegd.
De verklaringen van verdachte over het slaan met een baksteen kwamen niet overeen met het sectierapport van de patholoog, waarin werd vastgesteld dat de doodsoorzaak verstikking door samendrukkend geweld aan de hals was, en niet door hoofdletsel veroorzaakt door een steen. Daarnaast toonde DNA-onderzoek aan dat het sperma op de plaats delict niet van verdachte was, en er geen aanwijzingen waren voor zijn aanwezigheid of actieve betrokkenheid.
De Hoge Raad overweegt dat de selectie en waardering van bewijsmateriaal aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof zijn vrijspraak voldoende heeft gemotiveerd. De mogelijkheid van medeplegen zonder lijfelijke aanwezigheid werd besproken, maar het hof vond geen aanwijzingen voor nauwe en volledige samenwerking tussen verdachte en een mededader. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vrijspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens onvoldoende bewijs en onverenigbaarheid van verklaringen met de doodsoorzaak.