ECLI:NL:PHR:2004:AO5703
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schuld bij verkeersongeval door zeer onvoorzichtig rijden met overschrijding maximumsnelheid
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994, omdat hij op 21 mei 2001 met een snelheid van ongeveer 105 km per uur een fietser aanreed die vanaf een inrit de rijbaan overstak. Het hof stelde vast dat de verdachte zeer onvoorzichtig had gereden en dat het ongeval voorkomen had kunnen worden als hij zich aan de maximumsnelheid van 80 km per uur had gehouden.
De verdediging voerde aan dat enkel te hard rijden niet automatisch schuld oplevert en dat het niet duidelijk was dat de verdachte niet had kunnen uitwijken. Het hof hoefde hierop geen afzonderlijke gemotiveerde beslissing te geven, omdat het verweer feitelijk een bestrijding van het ten laste gelegde was.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte verwijtbaar heeft gehandeld, omdat hij niet alleen te hard reed, maar ook niet tijdig of voldoende zijn snelheid verminderde om de aanrijding te voorkomen. Het cassatiemiddel faalt dan ook. De Hoge Raad overweegt tevens dat wie harder rijdt dan toegestaan, een hogere remvaardigheid behoort te hebben, hetgeen bij dit ongeval niet het geval was.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring en de schuld van de verdachte aan het verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel als gevolg.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring van schuld wegens zeer onvoorzichtig rijden met overschrijding van de maximumsnelheid.