ECLI:NL:PHR:2004:AO6457
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van causaliteit tussen rijgedrag en verkeersongeluk met dodelijke slachtoffers
Verdachte werd beschuldigd van het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval door te hard rijden en rijden onder invloed van alcohol op 4 november 2000 te Oentsjerk. Het hof sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair onder b tenlastegelegde, omdat niet bewezen kon worden dat zijn snelheid en alcoholgebruik het ongeval hebben veroorzaakt.
Het hof baseerde zich onder meer op een deskundigenrapport van het NFI en de verklaring van een deskundige die stelde dat het ongeval ook bij een snelheid van 50 km/h en adequaat reageren had kunnen plaatsvinden. De Procureur-Generaal stelde cassatieberoep in tegen de vrijspraak, stellende dat het hof een onjuiste causaliteitsleer hanteerde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het ongeval niet redelijkerwijs aan het gedrag van verdachte kan worden toegerekend, waarbij de redelijke toerekening centraal stond en niet louter de conditio sine qua non. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en het oordeel niet onbegrijpelijk is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens het ontbreken van bewezen causaliteit tussen het rijgedrag van verdachte en het ongeval.