ECLI:NL:PHR:2010:BN2292
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens nalatigheid bij toezicht op veiligheidsgordelgebruik tijdens off-road evenement met dodelijk ongeval
Op 10 mei 2006 vond tijdens een personeelsuitje een ernstig ongeval plaats waarbij het slachtoffer als bestuurder van een Rhino zonder veiligheidsgordel uit het voertuig werd geslingerd en dodelijk hersenletsel opliep. De organisator, een bedrijf dat outdoor-activiteiten verzorgt, werd veroordeeld wegens aanmerkelijke nalatigheid omdat zij niet controleerde of de veiligheidsgordels daadwerkelijk werden gedragen, ondanks dat dit een essentiële veiligheidsmaatregel was.
Het hof stelde vast dat het feitelijk controleren van het gebruik van de gordels geen onderdeel uitmaakte van de standaard veiligheidsprocedure ten tijde van het ongeval. Getuigenverklaringen van instructeurs en betrokkenen ondersteunden dit oordeel. De verdediging voerde aan dat het nalaten niet aan de rechtspersoon kon worden toegerekend en dat er geen causaal verband bestond tussen het niet dragen van de gordel en het overlijden, maar deze verweren werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de redelijke toerekening van het gevolg aan het nalaten van de instructeur en daarmee aan de rechtspersoon terecht was toegepast. De zorgplicht van de organisator om de veiligheid te waarborgen, inclusief het controleren van gordelgebruik, was niet nagekomen. Het hof oordeelde dat dit nalaten aanmerkelijk nalatig was en het causale verband met het overlijden vaststond. Het beroep van de verdachte werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens aanmerkelijke nalatigheid omdat niet werd gecontroleerd op het gebruik van veiligheidsgordels, wat leidde tot de dood van een deelnemer.