ECLI:NL:PHR:2004:AO6672
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie in het belang der wet over appelmogelijkheid tegen afwijzing voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft de Hoge Raad cassatie in het belang der wet ingesteld tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem, waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis. Het hof had geoordeeld dat hoger beroep slechts mogelijk is tegen de afwijzing van het eerste verzoek tot schorsing of opheffing, en niet tegen latere verzoeken.
De Hoge Raad analyseert de tekst en geschiedenis van artikel 87 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waarin de appelmogelijkheid voor voorlopige hechtenis is geregeld. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever beoogde de verdachte de keuze te geven om eenmaal hoger beroep in te stellen tegen de afwijzing van het eerste verzoek om schorsing of opheffing, zonder dat de verdachte gedwongen wordt tot een keuze tussen beide verzoeken.
De Hoge Raad concludeert dat de uitleg van het hof, die de verdachte beperkt tot alleen hoger beroep tegen het eerste verzoek, niet overeenkomt met de bedoeling van de wetgever en de praktijk. De Hoge Raad stelt dat de verdachte in hoger beroep kan gaan tegen de afwijzing van het eerste verzoek, ongeacht of dat verzoek strekt tot schorsing of opheffing van de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en bepaalt dat een verdachte eenmaal hoger beroep kan instellen tegen de afwijzing van een verzoek tot schorsing of opheffing van voorlopige hechtenis, ongeacht of dit het eerste of een later verzoek betreft.