ECLI:NL:PHR:2004:AO6932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen ontbindingsbeschikking arbeidsovereenkomst
De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen verzoeker en Art Tower B.V. ontbonden op grond van gewichtige redenen zoals bedoeld in artikel 7:685 BW Pro. Verzoeker stelde hiertegen cassatieberoep in, terwijl Art Tower geen verweerschrift indiende.
Volgens artikel 7:685 lid 11 BW Pro is tegen een dergelijke ontbindingsbeschikking geen hoger beroep of cassatieberoep mogelijk. De jurisprudentie laat slechts doorbreking van dit rechtsmiddelenverbod toe indien de rechter buiten het toepassingsgebied van deze bepaling is getreden, de bepaling ten onrechte buiten toepassing is gelaten, of fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden waardoor geen eerlijke en onpartijdige behandeling heeft plaatsgevonden.
In deze zaak is geen hoger beroep ingesteld tegen de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter. De Hoge Raad overweegt dat indien al een grond zou bestaan om het rechtsmiddelenverbod te doorbreken, eerst hoger beroep had moeten worden ingesteld. Omdat verzoeker rechtstreeks cassatieberoep instelde, wordt dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. Art Tower B.V. is niet verschenen in cassatie, waardoor het geschil niet inhoudelijk door de Hoge Raad is behandeld.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van eerst ingesteld hoger beroep tegen ontbindingsbeschikking.